In de spotlight: Maggie Feng van Wittenborg University of Applied Sciences

Maggie Feng
Maggie Feng
Foto: Sven Scholten

Ze weet als geen ander hoe het is om vanuit een ander land als uitwisselingsstudent naar Nederland te komen. Twintig jaar geleden landde ze vanuit Beijing op Schiphol om hier te studeren. Ze begon als student in Deventer en is inmiddels de CEO van Wittenborg University of Applied Sciences in Apeldoorn (voormalige Hogeschool), die ze voor één euro kon overnemen. “Wij zorgen voor vers beddengoed, een Schiphol taxi en onze opleidingen starten zes keer per jaar.”

Het was in die tijd net ‘in’ om als student een jaar naar een ander land te gaan voor je tweede bachelor. Voor Maggie werd het Hogeschool IJsselland in Deventer. “Ik kwam hier aan via Helsinki, ik was mijn koffer kwijt op Schiphol en ik was nog nooit in het buitenland geweest. Dat was heel uitdagend. Mijn koffer is uiteindelijk na vier dagen gekomen.” Ze begrijpt internationale studenten die voor het eerst in Nederland aankomen als geen ander, in een land dat ze niet kennen, waar ze de taal niet spreken en waar je in het weekend niet naar je ouders kan.

Al na een paar weken viel het Maggie op dat er op het gebied van service en support naar internationale studenten behoorlijk wat verbeterpunten waren. Ze begon naast haar studie met het geven van advies. Maar dat was niet alles, want ze ontmoette al vrij snel haar huidige man Peter Bridsall. “Hij was een alleenstaande vader met een dochter van zeven. Hij was docent en had een management functie. We kregen een relatie en ik bleef in Nederland. Het betekende gelukkig niet meteen ontslag en Peter mocht zijn baan houden.  Als het maar bij één keer bleef en het wel een serieuze relatie was, zo werd hem gezegd.”

Internationale studenten als inkomstenbron

Serieus was het zeker! Twee jaar naar het afstuderen van Maggie, in 2002, kwamen ze via hun buren de eigenaren van Hogeschool Wittenborg tegen. Ze zochten opvolgers, omdat ze op leeftijd waren. “Mijn man en ik wilden graag een eigen school beginnen. We waren het niet eens met hoe het eraan toe ging op hogescholen, zoals op IJsselland waar ik tot 2002 werkte, en dat internationale studenten als inkomstenbron werden gezien, zonder werkelijke service te bieden.”

Welke problemen zag Maggie zoal? “Er waren veel problemen met huisvesting en de kwaliteit van het Engelstalige niveau van docenten. Eigenlijk was de algehele houding van hogescholen naar internationale studenten niet vriendelijk. De telefoon werd vaak in de avonden en in het weekend niet opgenomen, studenten konden niet naar huis als er iets was. Ik werkte in een klein team en moest Chinese studenten werven. Het was heel hectisch, er waren heel veel dossiers en ik wilde graag verbetering, maar daar was geen ruimte voor.”

Voor Wittenborg zijn Maggie en haar man een internationale tak gaan bouwen, dus naast het Nederlandstalige onderwijs kwamen er ook internationale klassen. “We hebben alles herschreven en vertaald, het hele curriculum. In 2007 hebben we samen met nog een partner de school overgenomen, en in 2008 waren Peter en ik de twee eigenaren. Dat voelt als een geboortedatum van het hetzelfde kind. We konden toen echt onder onze eigen vlag werken.”

Honderd nationaliteiten

Ze begonnen meteen met het afbouwen van alle Nederlandstalige opleidingen en hebben het aanbod uitgebreid met nog meer management opleidingen en sinds 2012 bieden ze MBA aan. “We hebben nu duizend studenten en iets meer dan honderd nationaliteiten. Dat was ook ons tienjarenplan, onze droom: op elk moment honderd nationaliteiten. Dat wilden we graag. Het heeft veel voordelen om met zoveel nationaliteiten samen in een klas te zitten: je leert het zaken doen van de toekomst. Wij willen een vertegenwoordiger zijn voor de hele wereld.”

Op Wittenborg worden de studenten als individu gezien, waarbij de service maximaal is. “We doen aan studiebegeleiding, maar hebben ook begrip voor de diversiteit aan achtergronden. Daarom hebben we veertig verschillende nationaliteiten voor ons werken en niet alleen Nederlandse kaaskoppen. Velen van hen zijn zelf ook internationaal student geweest. Soms huilen studenten alleen maar de eerste twee weken. Daarnaast moeten ze vaak wennen aan ons klimaat. We hebben studenten die het constant koud hebben en met wanten in de klas zitten. Ze missen thuis en dat gemis is niet te omschrijven.”

Zes jaar lang zei Maggie als ze naar haar ouders in China ging dat ze naar huis ging, als antwoord op haar buren die haar vroegen of ze met vakantie ging. Inmiddels is Nederland haar thuis, ook nu ze in het kleine pittoreske Terwolde woont. “Maar hier zijn we nog wel de Engelse man en de Chinese vrouw. Ik heb lang moeten wennen dat ik op zondag geen boodschappen kon doen, maar dat is nu al veel beter. We gaan nog één a twee keer per jaar naar mijn ouders in China, die nog steeds in Beijing wonen. Dat is zo’n groot verschil met waar ik nu woon. Ik moet altijd een paar dagen wennen als ik daar ben. Ik kan echt de rust van hier waarderen en hoe relaxed het kan zijn.”