Bank of England laat beleggers schrikken

Foto: ANP

De meeste Europese aandelenmarkten zijn donderdag zonder al te grote uitslagen de handel uitgegaan. Een uitzondering was de beurs in Londen, waar de Bank of England voor wat grotere koersverliezen zorgde door te zinspelen op een spoedige afbouw van zijn stimuleringsbeleid.

In Amsterdam sloot de toonaangevende AEX-index 0,1 procent hoger op 529,34 punten. De MidKap ging 0,1 procent omlaag naar 813,71 punten. De FTSE in Londen leverde 1,2 procent in. De DAX in Frankfurt daalde 0,1 procent, terwijl de CAC 40 in Parijs 0,2 procent won.

De Bank of England worstelt met een sterk oplopende inflatie. De centrale bank besloot desondanks de rente op het huidige, zeer lage niveau van 0,25 procent te houden. Ook de omvang van het stimuleringspakket bleef gelijk, maar de BoE hintte op een afbouw in de nabije toekomst. Dat zorgde voor een stijgend pond en dalende aandelenkoersen.

Sterkste stijger in de AEX was oliedienstverlener SBM Offshore met een plus van 1,5 procent. Onderaan de hoofdindex stond verzekeraar Aegon, die na een flinke opmars in de afgelopen dagen 2,5 procent inleverde.

In de MidKap sloot WDP de rij met een min van 1,5 procent. Het logistiek vastgoedbedrijf heeft 17 miljoen euro opgehaald met de uitgifte van nieuwe aandelen voor de overname van een industriƫle locatie in Belgiƫ.

ASR leverde 1 procent in. De Nederlandse staat heeft zijn resterende belang in de verzekeraar, die een dag eerder nog de overname aankondigde van branchegenoot Generali Nederland, van de hand gedaan.

In Londen onttrok kledingverkoper Next zich aan de algehele malaise, geholpen door beter dan verwachte kwartaalcijfers en een verhoging van de winstdoelstelling voor heel 2017. Het aandeel kreeg er 13 procent bij.

Luchtvaartmaatschappij Ryanair verloor zo’n 3 procent. De Ierse prijsvechter heeft een rechtszaak voor het Europees Hof van Justitie verloren. Werknemers kunnen daardoor bij arbeidsgeschillen mogelijk in hun eigen land naar de rechter stappen, in plaats van in Ierland.

De euro was 1,1884 dollar waard, tegen 1,1893 dollar een dag eerder. De prijs van een vat Amerikaanse ruwe olie steeg 1,8 procent tot 50,18 dollar. Brentolie werd 1 procent duurder en bracht per vat 55,73 dollar op.