Droge zomer ebt nog na bij start groeiseizoen

Foto: ANP

De gevolgen van de droge zomer van vorig jaar zijn nog altijd te zien. Gemiddeld is er over het hele land sprake van een neerslagtekort van 65 millimeter, terwijl in een normaal jaar op 31 maart een overschot van zo’n 200 millimeter wordt gemeten. Dat meldt Weeronline.

De berekening van het neerslagtekort wordt elk jaar op 1 april, bij de start van het groeiseizoen, weer op nul gezet. De droge voorgeschiedenis kan komende maanden echter nog een rol spelen. Vooral op de zandgronden is nog onvoldoende regen gevallen om het grondwaterpeil weer op een normaal niveau te brengen. Dit betekent dat bij een nieuwe periode van droogte in het komende groeiseizoen sneller dan gebruikelijk problemen kunnen ontstaan.

Volgens Weeronline zijn er regionaal wel grote verschillen. Op de zandgronden in het zuiden en oosten is sinds 1 april 2018 zo’n 100 tot 200 millimeter minder neerslag gevallen dan verdampt. In Noord- en Midden-Limburg is er zelfs een tekort van meer dan 200 millimeter.

In Noord-Holland, Zuid-Holland, Drenthe en op de Veluwe is inmiddels wel sprake van een neerslagoverschot, van 30 tot 80 millimeter. In de rest van het land is sprake van een tekort van 10 tot 60 millimeter.

Na de recorddroge zomer van 1976 was de situatie tijdens de start van het groeiseizoen van 1977 vergelijkbaar met nu. In 1977 viel in de lente en in de zomer een vrij normale hoeveelheid neerslag. Hierdoor ontstonden niet voor het tweede jaar op rij grote problemen.