Nederlanders om in de gaten te houden: zangeres en spreker Lisanne Spaander (bijna 21)

Lisanne Spaander
Lisanne Spaander
Foto: Margreet v.d. Sande

In het examenjaar van de theaterschool kreeg Lisanne Spaander botkanker. Ze was toen zestien jaar oud. Ze is een jaar ziek geweest en heeft toen het liedje ‘Vechtersbaas’ geschreven, om alles een plek te geven. Maar het is ook een liedje om andere mensen die met kanker te maken krijgen, te ondersteunen en mee te geven dat ze vooral moeten doorzetten. Het gaat nu een jaar goed met Lisanne. Ze geeft lezingen, treedt op en zingt bij kanker gerelateerde events en in ziekenhuizen.

Ze moest veel overgeven, viel flauw en dacht dat ze een liesscheurtje had. “De kanker is begonnen in mijn schaambotje. Het was kwaadaardig. Toen ik uiteindelijk bij een arts terecht kwam, had ik een tumor in mijn buik van 12 centimeter. Die drukte overal tegenaan. Ze dachten dat het bij mijn leeftijd hoorde. Ik ben meerdere keren naar een huisarts geweest en uiteindelijk hebben we geëist dat ik een scan kreeg. Na een tweede scan werd duidelijk dat ik dus een tumor had.”

Op haar achttiende kreeg ze weer kanker. Chemotherapieën werkten bij de tweede keer niet, zo bleek uit het schaambotje dat met een operatie eruit is gehaald. Daarnaast heeft Lisanne bestraling gekregen en zuurstoftherapie. “Ik word goed in de gaten gehouden en krijg elke vier maanden scans. Ik heb van alles geprobeerd qua behandelingen en op dit moment zijn er geen behandelingen die mij kunnen helpen als de kanker terugkomt. Daarom is onderzoek zo hard nodig.”

Hoe is het nu?

“Ik treed twee keer per week op en dan vertel ik mijn verhaal. Dit doe ik ook aan de hand van mijn liedjes. Het zijn liedjes met een boodschap, waarin ik mensen meegeef dat ze vooral gaan genieten van het leven. Ik heb een album gemaakt met als componist Giovanni Caminita, de bandleider van Marco Borsato. Ik ben ambassadeur van het Prinses Maxima Centrum in Utrecht, waar alle kinderen met kanker naartoe gaan. Er wordt daar ook onderzoek gedaan. Dus een samenbundeling van krachten. Daarnaast ben ik ook ambassadeur van het World Child Cancer en ga ik binnenkort naar Kenia. Daar overleeft tien procent van de kinderen met kanker. In Nederland is dat 75 procent. Ik vind het belangrijk dat we elkaar helpen.”

Wijze les

“Goed naar je lichaam luisteren. In het ziekenhuis word je echt geleefd en moet er de hele tijd van alles. Ik heb daarna drie maanden alleen gereisd. Toen kon ik wakker worden wanneer ik dat wilde en vroeg ik mezelf elke ochtend:  wat wil je vandaag gaan doen? Ik heb ook geleerd dat ik niet meteen een vlinder hoef te zijn, geïnspireerd door een liedje van Marco Borsato. Soms als ik heel moe ben, wil ik gelijk gezond zijn. Het helpt mij om dan tegen mezelf te zeggen dat ik niet meteen een vlinder moet zijn. Mijn bekken is gebroken door alle behandelingen, ik ben nog steeds heel moe nog en benauwd door de bestralingen op mijn longen. Het kan nog lang duren voordat ik echt weer helemaal beter ben.”

Mooiste feedback

“De mooiste feedback voor mij is als mensen kracht halen uit mijn muziek. Ik heb een berichtje gekregen van een jongen die in een kliniek zat omdat hij zelfmoord wilde plegen. Hij schreef mij dat hij mijn liedje had gehoord over hoe ik heb gevochten voor mijn leven. Mijn liedje had hem de kracht gegeven om weer voor het leven te kiezen. Wow, dat mensen zoveel kracht halen uit mijn liedjes. Ik kreeg later nog een tweede berichtje van hem: hij gaat er weer voor, is uit de kliniek en doet nu ook iets met theater. Hij jaagt zijn dromen na. Dat vind ik heel bijzonder.”

Hoe voelt het om een Nederlander om in de gaten te houden zijn?

“Heel bijzonder. Ik vind het leuk om interviews te doen waardoor ik mijn boodschap kan overdragen. Mijn moeder had mij aangemeld, die houdt alles voor me in de gaten. Ze doet heel erg haar best voor mij, dat vind ik heel bijzonder. We zijn echt een team. Ze heeft altijd naast me gestaan, zonder haar was ik het een stuk moeilijker geweest.”

Waarin maak jij het verschil?

“Ik geef mensen hoop. Ze noemen me vaak het wondertje. Ik had een slechte prognose, de eerste keer al toen ik kanker had. Ik heb later van de artsen gehoord dat ze dachten dat ik of zou overlijden of het zou overleven, maar dan met een geamputeerd been. Dat alles zo goed heeft uitgepakt, laat mij zien dat het wel kan. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Blijf dus hoop houden.”

Wat zou je nog willen?

“Vroeger leefde ik echt per dag, inmiddels leef ik iets meer per week. Veel verder wil ik niet kijken. Ik zou nog meer lezingen willen geven voor een wat breder publiek. Ik denk dat ik veel mensen kan inspireren met mijn verhaal. Ik geef ook lezingen met arts Sander de Hosson, over palliatieve zorg. Ik vertel dan als patiënt dat er meer naar de mens gekeken mag worden in plaats van naar het protocol. Met Maarten van de Weijden ga ik eind juni mee met zijn Elfstedentocht. Samen met Sander de Hosson vaar ik voor hem uit en vertel ik mijn verhaal in de 11-Steden.”