Ook nieuwe Kamerleden vooral hoogopgeleid, man en uit de Randstad

Foto: ANP

De samenstelling van de nieuwe Tweede Kamer die na 17 maart aantreedt, zal vermoedelijk qua leeftijd en achtergrond nauwelijks verschillen van de zittende Kamer, stelt het Parlementair Documentatie Centrum (PDC). Hoewel zeker 43 van de in totaal 150 Kamerleden waarschijnlijk niet terugkeren na de verkiezingen, verandert het “profiel” van de Kamer met de mogelijke nieuwe leden nauwelijks.

Het PDC maakte een potentiële zetelverdeling op basis van de laatste Peilingwijzer, die verschillende peilingen combineert. Vervolgens werden de biografieën van de mogelijk gekozen Kamerleden bekeken.

Daaruit blijkt onder meer dat de verhouding tussen het aandeel mannen en vrouwen ook in de nieuwe Kamer niet gelijk is verdeeld, al voorspelt het PDC wel een kleine stijging van het percentage vrouwen. Zo’n 62 procent van de potentiële Kamerleden is man, 38 procent vrouw. Op dit moment zitten er 47 vrouwen in het parlement, wat neerkomt op 31 procent.

In de huidige Kamer zitten relatief veel mensen van middelbare leeftijd en ook in het nieuwe parlement verandert dat niet. Meer dan de helft van de mogelijk verkozen Kamerleden is tussen de 35 en 49 jaar. Ongeveer een kwart is tussen de 50 en 64 jaar. 14 procent is jonger dan 35 jaar en 2 procent is 65-plus.

Meer dan 90 procent van de potentiële nieuwe parlementariërs is hoger- of academische geschoold. Dat is ook in de zittende Kamer zo. In het nieuwe parlement komt volgens de analyse van het PDC niemand die lager is opgeleid. Van 2 procent van de mogelijke nieuwelingen is het opleidingsniveau niet duidelijk.

Ook qua regionale verdeling verandert er weinig. Bijna 60 procent van de nieuwe Kamerleden woont in Noord- of Zuid-Holland. Ook in de zittende Kamer zijn de meeste parlementariërs afkomstig uit die twee provincies.

In de analyse van het PDC is niet meegenomen hoeveel potentiële Kamerleden met een migratieachtergrond (westers en niet-westers) er na de verkiezingen in het parlement komen.