Jorts column: het bedrijfsleven is doordrenkt van absolutistische macht

Jort Verhage
Jort Verhage
Foto: Prive

In een gesprek met Tom van der Lubbe, één van de oprichters van Viisi Hypotheken, heb ik het gehad over de toegevoegde waarde van een hofnar binnen het bedrijfsleven. Volgens Tom is een hofnar noodzakelijk, omdat het bedrijfsleven nog voor een groot deel absolutistisch wordt georganiseerd. Logisch, aangezien het bedrijfsleven de Franse Revolutie niet heeft gekend. Wat kan het bedrijfsleven leren van eeuwenoude civilisaties?

De lessen van eeuwenoude civilisaties

Laten we teruggaan in de tijd, naar de 8ste eeuw v.Chr., wanneer de Griekse samenleving wordt gedomineerd door heersende aristocraten. De heerschappij is dan in handen van een selecte groep families, die generatie op generatie de boventoon voeren in de maatschappij. Ongeveer drie eeuwen later, tegen het einde van de 6e eeuw v. Chr. werd het aristocratische bewind vervangen door een democratisch bestuur. De besluitvorming berustte nu geheel bij het volk, belichaamd door de volksvergadering. Er werd nu gedebatteerd over beslissingen, in de rechtspraak kon men in hoger beroep gaan en de burger – ongeacht afkomst en bezit – had recht van spreken. Dit democratische systeem is door de eeuwen heen geëvolueerd tot het huidige politieke systeem. De democratische beginselen van de Griekse stadstaten, zijn veelvuldig getoetst, aan veranderingen onderhevig geweest, bijgeschaafd en verbeterd. Een belangrijke gebeurtenis in dit proces, was de Franse Revolutie (1789). De ideeën van absolutisme werden verworpen en vrijheid, gelijkheid en broederschap kwamen centraal te staan, wat uiteindelijke leidde tot het algemeen kiesrecht in de 20ste eeuw.

Daar tegenover staat de nog prille ontwikkeling van het (Nederlandse) bedrijfsleven en haar organisatiestructuur. Het bedrijfsleven, zoals we dat nu kennen, vindt haar oorsprong in de industriële revolutie dat ongeveer rond 1800 Nederland heeft bereikt. Arbeiders werken onder erbarmelijke omstandigheden voor ‘de grote baas’ en worden als een cijfertje, pion, poppetje – benoem het zo je wit – behandeld. In de tweede industriële revolutie neemt Nederland een wat grotere rol in het wereldtoneel en komen er bedrijven op als Shell, Philips en Unilever. Dit waren toen grote, bureaucratisch bestuurde bedrijven. In de derde industriële revolutie is er door de opkomst van ICT en computers (eind 20ste eeuw) wat meer ruimte ontstaan voor een flexibelere organisatie van het bedrijfsleven. Deze ruimte is vrij recent van aard, terwijl in de civilisatie de ruimte voor flexibiliteit – dat wil zeggen, meer oog voor de belangen van de burgers – al in de Griekse stadstaten haar eerste intrede vond.

Hebben ideeën van medewerkers net zoveel waarde als die van de leidinggevenden?

Het bedrijfsleven is nog maar in de fase van aristocratie of zelfs monarchie, waar de algemeen directeur, de raad van bestuur of de manager door alle lagen van de organisatie heen kan gaan en een beslissing kan doorvoeren. We hebben inmiddels verschillende organen en organisaties die voor de belangen van medewerkers opkomen, maar kan een medewerker zich tegen ontslag verdedigen? Wordt er gestemd over de beslissingen binnen een bedrijf? Bepalen de medewerkers gezamenlijk met de leidinggevenden hun salaris? Hebben ideeën van medewerkers net zoveel waarde als die van de leidinggevenden? Het idee van democratie, bestaat nog niet binnen bedrijven. Het bedrijfsleven heeft de Franse Revolutie nog niet gekend.

Eén van de manieren om het bedrijfsleven minder absolutistisch te maken is dat de hofnar opnieuw haar intrede doet als instituut: een maatschappelijk geaccepteerd verschijnsel. De hofnar hield in tijden van monarchie een spiegel voor, gaf gevraagd en ongevraagd advies, bemiddelde tussen macht en burger en had geen blad voor de mond. Laat de hofnar nu in het bedrijfsleven de leidinggevenden een spiegel voor houden, hen voorzien van gevraagd en ongevraagd advies, bemiddelen tussen werkgever en werknemer en vrijuit spreken. Met als doel het bedrijfsleven en haar organisatiestructuur te finetunen en verbeteren, zodat er meer verbinding ontstaat en iedere medewerker gehoord wordt. Dan heeft het bedrijfsleven wellicht helemaal geen drastische verandering, een Franse Revolutie, nodig en kunnen we stap voor stap verbeteringen doorvoeren.

Jort Verhage is de hofnar van bedrijven, overheden en onderwijsinstellingen. Hij treedt op als spreker en dagvoorzitter, spreekt de onverbloemde waarheid en geeft gevraagd en ongevraagd advies.