Onderzoek: industrie kan schoon worden, maar moet flink verbouwen

Foto: ANP

De Nederlandse industrie kan relatief snel verduurzamen, maar dat zal dan wel een behoorlijk andere industrie moeten worden dan de huidige. Dat is de kern van een verkennend onderzoek dat bureau CE Delft heeft gedaan in opdracht van Natuur & Milieu. Minister van Economische Zaken en Klimaat Micky Adriaansens nam het rapport maandag in ontvangst in Den Haag. Ze zei er “heel blij” mee te zijn, maar ze toonde zich ook kritisch over de bevindingen.

In de industrie van morgen, of eigenlijk van het jaar 2037, is wat de opstellers van het rapport betreft geen plaats meer voor fossiele grond- en brandstoffen, omdat de klimaatdoelen gehaald moeten worden. “De focus verschuift van fossiele energie-intensieve industrie naar een nieuwe industrie, die doet waar we in Nederland goed in zijn en die schoon kan produceren”, vat Natuur & Milieu het duurzame toekomstbeeld samen.

De relatief vervuilende productie van halffabricaten, zoals ruwijzer of aluminium, zou volgens het onderzoek weleens te duur kunnen worden. Andere landen zijn beter voorgesorteerd om goedkoop veel duurzame stroom te produceren die nodig is voor de basisindustrie. “Het is dan economisch voordeliger om halffabricaten te importeren”, klinkt het. Voor de staalindustrie zien de onderzoekers bijvoorbeeld voor zich dat die stopt met het maken van ruwijzer, maar wel hoogwaardige staalproducten blijft maken.

Adriaansens maakte direct duidelijk dat ze het daar niet mee eens is. Volgens haar wordt “de kracht van de basisindustrie” onderschat. “Ik geloof niet dat er geen plek meer is voor de industrie waarvan hier wordt gezegd dat die verdwijnt”, zei de minister. Ze erkent wel dat de basisindustrie verslaafd is aan fossiele brand- en grondstoffen. “Maar we hebben niet zomaar een nieuwe industrie en een nieuw energiesysteem.” Volgens haar hebben consumenten ook aan de huidige industrie bijgedragen door hun consumptiegedrag. “Dit is een verslaving die we met elkaar in decennia hebben opgebouwd.”

De onderzoekers schrijven dat een groot deel van de industrie wel “zal kunnen blijven bestaan in haar huidige vorm”, mits de installaties worden omgebouwd zodat het proces fossielvrij wordt. Een schone industrie moet energie besparen en waar mogelijk elektrificeren, vinden ze.

Wil de industrie echt schoon worden, dan moeten bedrijven hun energie halen uit schone bronnen als stroom uit wind en zon. Verder zien de onderzoekers een belangrijke rol voor grondstoffen die door recycling opnieuw worden gebruikt en voor groene waterstof. Dat is waterstof die is gemaakt met behulp van duurzame elektriciteit.