Ook komend najaar coronavaccin voor 60-plussers en risicogroepen

Foto: ANP

Mensen die verhoogde risico’s lopen om ernstig ziek te worden als ze het coronavirus oplopen, komen ook dit najaar weer in aanmerking voor een coronaprik. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) laat weten dat de nieuwe vaccinatieronde op 16 september begint en op 6 december eindigt.

Coronavaccins zijn beschikbaar voor alle Nederlanders vanaf 60 jaar. Ook volwassenen en kinderen die om medische redenen hogere risico’s lopen en zorgmedewerkers mogen zich laten vaccineren. “In individuele gevallen is er maatwerk mogelijk. Bijvoorbeeld voor mensen met een kwetsbaar gezinslid”, voegt het RIVM eraan toe. Onder de doelgroep vallen ook alle volwassenen die jaarlijks worden uitgenodigd voor een griepprik.

Het vaccin dat mensen kunnen krijgen is gemaakt door Pfizer/BioNTech en specifiek aangepast op de vrij recente omikronvariant JN.1. Die veroorzaakte eerder dit jaar de meeste coronabesmettingen. Doordat het virus voortdurend verandert, zijn intussen alweer andere subvarianten in opkomst. Om op de veranderlijkheid van het virus in te spelen, passen vaccinmakers hun vaccins ook steeds een beetje aan.

Mensen van 60 jaar en ouder krijgen vanaf eind augustus een uitnodiging voor de vaccinatie. Mensen uit andere groepen die in aanmerking komen, kunnen zelf een afspraak maken bij de GGD. De gezondheidsdiensten gaan net als tijdens eerdere rondes de meeste vaccins wegprikken. Bewoners van zorginstellingen kunnen hun vaccinatie in de instelling zelf krijgen. Mensen die om gezondheidsredenen niet zelf in staat zijn om naar een vaccinatielocatie te gaan, kunnen de GGD verzoeken de prik bij hen thuis te geven.

Het coronavirus wordt de afgelopen tijd meer gemeten in rioolwater. In de afgelopen week steeg de concentratie virusdeeltjes in de monsters die het RIVM analyseerde ongeveer 20 procent. Huisartsen zien ook een “licht stijgende trend” van het aantal coronapati├źnten, laat gezondheidsinstituut Nivel weten. Vergeleken met vorig najaar zijn de aantallen echter laag. Het RIVM ziet ook “geen reden tot zorg”.