De strafzaak tegen Geert Wilders is geen politiek proces, zoals de PVV-leider zelf bij voortduring heeft betoogd. Het Openbaar Ministerie heeft zelfstandig de beslissing genomen tot vervolging over te gaan, wegens de omstreden uitspraken van Wilders over "minder Marokkanen". Dat zei de voorzitter van het hof vrijdag tijdens het voorlezen van de uitspraak in de strafzaak tegen Wilders.
Wilders is ervan overtuigd dat toenmalig minister Ivo Opstelten van Justitie invloed heeft uitgeoefend op die beslissing, maar volgens het hof is dat niet gebleken. Ook heeft de minister of zijn ministerie zich volgens het hof niet bemoeid met de strafzaak.
Het slepende proces heeft lang in de greep verkeerd van de vermeende politieke bemoeienis. Het hof gelastte eerder een uitgebreid onderzoek naar documenten die die bewering konden staven. Het verwerpen van het verweer is een overwinning voor het Openbaar Ministerie, dat altijd heeft volgehouden dat het geheel onafhankelijk van de minister heeft geopereerd. Wilders en zijn advocaten hebben betoogd dat de bemoeienis de vervolging ongeldig maken.
In hoger beroep is een geldboete van 5000 euro geëist. De rechtbank veroordeelde Wilders in 2016 voor groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie, maar legde geen straf op. Zowel het OM als de politicus ging in beroep.