Igone de Jongh, de fameuze inmiddels afgezwaaide eerste soliste van Het Nationale Ballet, gaat na de jaarwisseling de Nederlands theaters in met haar eigen programma, met als titel I. Voordat de première daarvan plaatsheeft, kan het publiek al getuige zijn van openbare repetities voor de voorstelling. Deze zijn vanaf medio september bij te wonen.
Met Work in progress wordt van de nood een deugd gemaakt: door de coronacrisis liepen de voorbereidingen vertraging op en kon het eigenlijke I nu nog niet op de planken worden gebracht.
Samen met regisseur Ruut Weissman, choreograaf en danser Thiago Bordin en danspartner Marijn Rademaker geeft de prima ballerina nu eerst een inkijkje in het maakproces van de voorstelling. "Tijdens deze openbare repetities zullen nieuwe choreografieën worden ontwikkeld, worden er regieaanwijzingen gegeven en teksten herschreven. Alles wat normaal gesproken achter gesloten deuren gebeurt, is nu te zien op het toneel", belooft impresariaat Senf.
Het is haar eerste eigen programma. De dans wordt in een "theatrale raamvertelling" over haar leven en loopbaan ingebed. Dat was een leven van "strikt regime, moordende repetities, kapotte voeten, maar ook van premières in het pluche met koningen en koninginnen. En dat terwijl er ondertussen gewoon boterhammetjes gesmeerd moesten worden voor haar kind", vertelt Senf.
De aantallen bezoekers hangen af van de theaters.