
In een wereld waarin alles sneller, digitaler en efficiënter moet, klinkt een tegenbeweging steeds luider: de behoefte aan vertraging, tastbaarheid en écht contact. Tijdens de laatste editie van de Modefabriek, 18 en 19 januari, werd die onderstroom voelbaar, met als hoogtepunt de lezing van trendvoorspeller Lidewij Edelkoort. Haar boodschap op de modevakbeurs was helder: na jaren van schermen, algoritmes en eindeloze prikkels keren we terug naar analoog leven. Niet uit nostalgie, maar uit noodzaak.
Edelkoort (75) schetste een wereldbeeld waarin niets meer los te zien is van technologie. “We zijn allemaal verslaafd aan onze telefoon,” stelde ze. “Onze kinderen, wijzelf, iedereen.” Volgens haar zijn overheden machteloos tegenover de grote techbedrijven en is het daarom aan individuen om opnieuw regie te nemen. Haar voorspelling: 2026 wordt het jaar waarin we bewust proberen het overwicht van digitale technologie te balanceren en er ontstaat een tweede samenleving: kleiner, bewuster en meer gericht op autonomie. Vanuit mensen die zich zoveel mogelijk losmaken van het dominante digitale systeem
Onder de noemer Analogue Dialogue beschrijft Edelkoort een culturele verschuiving die zich al voorzichtig aftekent. De terugkeer van boeken en bibliotheken. Handschrift in plaats van typen. Samen zingen in een koor, kamermuziek en kleine bijeenkomsten in plaats van anonieme massaconsumptie. Gezelschapsspellen aan de keukentafel, in cafes en hotellobby’s. Wandelen, breien, keramiek maken. Niet als hobby’s aan de zijlijn, maar als betekenisvolle tegenhangers van een wereld die te veel vraagt.
Volgens Edelkoort is het geen toeval dat juist jongere generaties opnieuw pennen en papier omarmen. In steden als Chicago zijn papierwinkels door hun voorraad pennen en notitieblokken heen, omdat ze zijn ontdekt door TikTokkers. Niet omdat digitaal verdwijnt, maar omdat schrijven weer wordt gezien als iets persoonlijks en aandachtigs — een handeling die niet wordt gemonitord, opgeslagen of geoptimaliseerd. “Het geeft me hoop,” zei ze. “We voelen collectief dat het te veel is geworden.”
De tweede samenleving die Edelkoort schetst, uit zich niet alleen esthetisch, maar ook praktisch. Buiten de deur eten en drinken wordt steeds duurder. Als gevolg daarvan nemen mensen vaker hun eigen eten en drinken mee. De opkomst van stapelbare lunchboxes en grote hervulbare drinkbekers past in dat beeld. Zelfvoorziening, maar zonder in te leveren op esthetiek.
Die behoefte aan het analoge was niet alleen voelbaar in de lezing, maar ook in de setting. Modefabriek vond dit seizoen voor de tweede keer plaats op een nieuwe locatie: Expo Greater Amsterdam in Vijfhuizen, na jarenlang in de RAI te hebben gezeten.
"Die verhuizing is geen toeval. We waren toe aan iets nieuws. Een nieuwe omgeving,” zegt ze. “Het sluit mooi aan op het verhaal van Lidewij. Ondanks alle digitale vooruitgang willen mensen nog steeds een beurs. Mensen willen elkaar zien, met elkaar praten. Het gaat echt over persoonlijke ontmoetingen en dat is hier vandaag heel goed voelbaar.”- Modefabriek-directeur Caroline Krouwels
Die ‘vibe’ was inderdaad tastbaar: volle gangpaden, gesprekken die niet werden onderbroken door meldingen, aandacht voor materialen en verhalen. Precies waar Edelkoort op doelde: mode als sociaal en zintuiglijk systeem, niet als contentmachine.
Die aandacht voor ambacht en menselijke maat vormt ook de rode draad in Edelkoorts recente werk. Na afloop van haar lezing signeerde zij haar boek Proud South Craft, waarin zij hedendaagse makers uit zuidelijke werelddelen belicht die met vakmanschap en lokale kennis een alternatief bieden voor uniforme massaproductie.