UTRECHT (ANP) - De acceptatie van homoseksuele en lesbische personen is de afgelopen twee jaar niet toegenomen, terwijl die van transgender, non-binaire en intersekse personen licht is gedaald. Dat staat in de lhbtiqa+-monitor van Movisie. Dat kenniscentrum doet samen met Ipsos I&O en adviesbureau Panteia elke twee jaar onderzoek naar de leefsituatie van lhbtiqa+-personen en de opvattingen over hen in Nederland.
Nederlanders staan het meest positief tegenover homoseksuele en lesbische personen. Ruim 80 procent van de 3000 ondervraagden zegt hen te accepteren. Desondanks geeft een grotere groep aan het aanstootgevend te vinden als twee mannen in het openbaar zoenen. In 2024 had een vijfde van de respondenten hier moeite mee; dat is nu ruim een kwart.
"Lange tijd werden de opvattingen over homoseksualiteit steeds positiever. Hoewel een grote meerderheid homoseksualiteit accepteert, zien we nu voor het eerst dat deze stijgende lijn niet verder doorzet", zegt Karijn van den Berg, senior-onderzoeker bij Movisie. De tweejaarlijkse monitor wordt gedaan onder meerdere leeftijdsgroepen. Uit onderzoek van het Trimbos-instituut en Universiteit Utrecht blijkt echter dat de acceptatie van homoseksualiteit onder jongeren hard is gedaald. In de periode 2021-2025 halveerde dat bijna van 40 naar 22 procent.
Mentale gezondheidsklachten
De houding tegenover transgender personen is met 3 procent gedaald. Iets minder dan twee derde van de respondenten geeft aan een positieve houding te hebben tegenover transpersonen. Het aantal Nederlanders dat transvrouwen niet als 'echte vrouwen' ziet, steeg ten opzichte van twee jaar geleden. Ruim een derde erkent transvrouwen niet als vrouw.
Ook de acceptatie van non-binaire en intersekse personen daalde. Van 54 naar 52 procent en van 68 naar 66 procent, respectievelijk. Daarnaast komt naar voren dat mensen over het algemeen een beperkte kennis hebben over intersekse en aseksuele personen.
De onderzoekers keken ook naar het welzijn van queer personen. Daaruit blijkt dat lhbtiqa+-personen onder meer vaker suïcidale gedachten hebben dan heteroseksuele personen en personen die zich identificeren met hun geboortegeslacht. Ook zouden queer personen vaker last hebben van andere mentale gezondheidsklachten, met uitzondering van homoseksuele en lesbische mensen. Hun mentale gezondheid is vergelijkbaar met heteroseksuelen. De resultaten over het welzijn van transgender en intersekse personen zijn volgens de onderzoekers slechts indicatief, omdat deze groepen weinig respondenten telden.