DEN HAAG (ANP) - Bij alle coronamaatregelen werd vooraf een inschatting gemaakt van wat het voor de grondrechten van mensen betekende, zei voormalig minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren woensdag tegen de parlementaire enquêtecommissie corona. Volgens de oud-vicepremier deed haar ministerie de eerste weging en werd het daarna in het kabinet besproken.
Veel maatregelen waren een inperking van grondrechten zoals het recht op onderwijs, omdat het coronavirus een bedreiging was voor het recht op leven. In december 2020 werd de tijdelijke wet coronamaatregelen aangenomen. Daardoor werd de weging van grondrechten meegenomen rond het invoeren van nieuwe coronamaatregelen.
Voordat de wet werd ingevoerd, werden de maatregelen genomen door noodverordeningen. Die hadden volgens Ollongren een zwakkere juridische basis. In de officiële documenten van die noodverordeningen stond volgens commissielid Songül Mutluer niets over een grondrechtenweging. D66'er Ollongren zei dat dit van tevoren wel werd besproken binnen het kabinet.
Ollongren zei dat de wet uiteindelijk laat werd ingevoerd, omdat er vanaf april al door het ministerie van Binnenlandse Zaken werd gesproken over een betere juridische basis voor de maatregelen. Dat kwam onder meer omdat het kabinet het niet nodig vond om het in het zomerreces te laten behandelen, maar ook omdat er extra tijd nodig was om kritiek van de Raad van State en vanuit het kabinet te verwerken.
In het najaar van 2020 moesten weer coronamaatregelen worden getroffen, omdat de zorg onder druk kwam doordat er meer besmettingen waren. Dit gebeurde nog steeds op basis van noodverordeningen. "Ik denk dat het legitiem was om door te gaan met de oude werkwijze, omdat de wet al in behandeling was."