Korting Nederland afgebouwd in voorstel EU-meerjarenbegroting

Foto: ANP

De jaarlijkse korting die de nettobetalers Nederland, Oostenrijk, Zweden, Denemarken en Duitsland krijgen op hun afdracht aan de EU wordt de komende jaren afgebouwd, als het aan EU-president Charles Michel ligt. Na gesprekken met de 27 regeringsleiders heeft hij vrijdag zijn voorstel voor de EU-meerjarenbegroting (MFK) voor 2021 tot en met 2027 op tafel gelegd. De uitgaven bedragen daarin 1,074 procent van het gezamenlijke Europese inkomen (bbp), wat neerkomt op 1094 miljard euro.

Premier Mark Rutte en zijn collega’s komen vanaf donderdag bijeen in Brussel en blijven daar wat betreft Michel tot er een akkoord ligt. “We zeggen niet dat lidstaten er gelukkig mee zullen zijn, maar we hebben geprobeerd de juiste balans te vinden”, aldus een hoge EU-diplomaat.

De Europese Commissie had 1,11 procent voorgesteld en het Europees Parlement zelfs 1,3 procent. Nederland, Oostenrijk, Zweden, Denemarken willen niet boven de 1,00 procent gaan. Op de top zal dan ook stevig worden onderhandeld over de omvang van het budget, maar ook over de besteding daarvan. Hoe het gaat met de “degressieve” korting is een “politiek besluit” en komt pas aan het eind aan de orde, verwacht de diplomaat. De overige landen draaien daarvoor op.

Voor Rutte is vooral van belang dat Nederland niet meer gaat betalen. “Ik zie ook niet hoe we eruit gaan komen”, zei hij vrijdag op bezoek in Parijs. “Maar wondertjes zijn mogelijk.”

De uitgaven aan landbouwsubsidies en plattelandsontwikkeling dalen in het voorstel met ruim 50 miljard tot 329 miljard euro. Voor steun aan minder ontwikkelde regio’s (cohesiefonds) is een soortgelijke korting voorzien, waarmee het totaal komt op 323 miljard. Hoe rijker een land, hoe minder het krijgt uit dit fonds. Landen die een loopje met de rechtsstaat nemen, zouden moeten kunnen worden gekort. Maar dat wordt lastiger dan in een eerder voorstel.

Voor onderzoek, het Erasmus-programma, digitalisering, defensie en buitengrensbewaking is fors meer geld gereserveerd dan in het huidige MFK. Landen waarvoor de overgang naar een klimaatneutrale economie relatief moeilijk is, kunnen putten uit een ‘transitiefonds’ van 7,5 miljard euro.

Het voorstel voorziet ook in meer eigen inkomsten voor de EU-kas, uit veilingen van CO2-rechten en een belasting op niet-gerecyclede plastic verpakkingen. Dat zou goed zijn voor 14 á 15 miljard. Michel stelt verder voor dat lidstaten nog maar 12,5 procent van de heffingen die zij innen op importgoederen mogen houden. Dat is nu 20 procent. Daarnaast zouden de EU-landen 10 miljard extra moeten storten bij de Europese Investeringsbank, om 500 miljard extra investeringen te genereren voor klimaat en digitalisering.