H&M onderzoekt mogelijke misstanden in kledingfabrieken Myanmar

Foto: ANP

De Zweedse modeketen H&M gaat twintig beschuldigingen van misstanden in kledingfabrieken in Myanmar onderzoeken. Dat zegt het kledingconcern tegen persbureau Reuters in reactie op een rapport dat mensenrechtenorganisatie Business and Human Rights Resource Centre (BHRRC) woensdag publiceerde. De organisatie onderzocht meldingen van misstanden door vakbonden en media, door interviews te houden met merken en medewerkers van fabrieken in Myanmar.

Van de 156 onderzochte vermeende misstanden in fabrieken konden er twintig worden gelinkt aan leveranciers van H&M, staat in het rapport. In veel gevallen gaat het om onterecht ingehouden salarissen van werknemers. In een van de fabrieken werd melding gedaan van werknemers die op hun knieën werden gedwongen, omdat ze volgens de fabriekseigenaar niet genoeg kleding produceerden.

H&M verklaart “ernstig bezorgd” te zijn door de ontwikkelingen in de fabrieken. “Alle gevallen die in het rapport van BHRRC naar voren komen, worden onderzocht en waar nodig opgelost door het team ter plaatse, in nauwe samenwerking met relevante partijen,” zegt het bedrijf.

Ook leveranciers van het Spaanse Inditex, de eigenaar van concurrent Zara, worden in het rapport in verband gebracht met uitbuiting in kledingfabrieken in Myanmar, schrijft Reuters. Twee weken geleden kondigde Inditex aan te stoppen met het produceren van kleding in het Zuidoost-Aziatische land.

Sinds de militaire coup begin 2021 zit Myanmar in een politieke en humanitaire crisis. Actiegroepen hebben veel kritiek op het geweld tegen de Rohingya-minderheid en de schendingen van mensenrechten in het land.