DNB: begrotingstekort overschrijdt EU-norm door coalitieplannen

Foto: ANP

Het begrotingstekort loopt met de plannen van het beoogde nieuwe kabinet de komende jaren fors op. Volgend jaar wordt de EU-norm al overschreden. Dat verwacht De Nederlandsche Bank (DNB), die daarmee veel somberder is dan het Centraal Planbureau (CPB) vorige maand.

Het verwachte tekort met de plannen uit het hoofdlijnenakkoord van PVV, VVD, NSC en BBB is met 3,3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 2025 duidelijk hoger dan het verwachte tekort met de huidige plannen (2,5 procent). De EU-norm is 3 procent.

Het verschil tussen de raming van DNB en CPB (2,8 procent in 2025) komt omdat de toezichthouder ervan uitgaat dat het nieuwe kabinet relatief veel van zijn plannen kan gaan uitvoeren. CPB was op dat vlak juist iets terughoudender. Volgens het CPB zou het begrotingstekort alleen in 2026 (3,3 procent) boven de EU-norm zitten. In de verwachting van DNB is dat in alle jaren tot en met 2028 zo, behalve in 2024 en 2027.

“Het zoet van het nieuwe kabinet zit vooral in de eerste jaren”, legt Olaf Sleijpen, DNB-directeur monetaire zaken, de tekorten op de korte termijn uit. “Vooral in latere jaren wordt er dan bezuinigd. In 2027 en 2028 zorgt dat ervoor dat het begrotingstekort met het hoofdlijnenakkoord juist lager is dan met de huidige plannen.”

Het demissionaire kabinet koerste af op een begrotingstekort van 3,7 procent in 2028, de plannen van het beoogde kabinet komen in dat jaar uit op 3,1 procent. In 2026 ligt het verwachte begrotingstekort met de huidige plannen (3,7 procent) ook al in de buurt van de nieuwe plannen (3,8 procent).

Met meer tevredenheid kijkt Sleijpen naar het verwachte begrotingstekort van dit jaar, van 2,4 procent. “De overheidsfinanciën staan er nu gewoon goed voor, maar het tekort gaat snel oplopen.”

Het advies van DNB is echter om het tekort niet verder op te laten lopen dan 2 procent, om een buffer te hebben voor onverwachte uitgaven zoals de tegenvaller donderdag rond de box 3-belasting. Ook in het hoofdlijnenakkoord staat dat ingrijpen nodig is als het tekort langdurig boven de norm ligt. “Ik vind het echt goed dat ze dat zeggen, het is wel het risico dat je dan op het verkeerde moment lasten moet verzwaren. Dan moeten de partijen opnieuw met elkaar gaan praten en dat leidt tot bestuurlijke druk”, waarschuwt Sleijpen.