Het Internationale Filmfestival van Berlijn heeft zijn filmmakers en jury verdedigd in de discussie over de vraag of kunstenaars politieke standpunten moeten innemen.
In een schriftelijke verklaring laat het festival weten het belangrijk te vinden zich uit te spreken in de "mediastorm" die is ontstaan, nadat juryvoorzitter Wim Wenders in een reactie op een vraag over het conflict tussen Israël en Gaza had gezegd dat filmmakers zich buiten de politiek zouden moeten houden.
Berlinale-directeur Tricia Tuttle stelt dat er tijdens het festival ruimte is voor de roep om vrijheid van meningsuiting en dat filmmakers hier ook gebruik van maken. Tegelijkertijd merkt zij op dat er een groeiende verwachting is dat filmmakers op werkelijk iedere vraag een antwoord paraat moeten hebben.
Politieke kwesties
"Van kunstenaars mag niet worden verwacht dat ze commentaar leveren op alle bredere debatten over de vroegere of huidige praktijken van een festival waarover ze geen controle hebben", zegt ze. "Evenmin mag van hen worden verwacht dat ze zich uitspreken over elke politieke kwestie die aan hen wordt voorgelegd, tenzij ze dat zelf willen."
De 80-jarige Wenders noemde film tijdens een persconferentie "het tegenovergestelde van politiek" en stelde dat filmmakers "het werk van mensen doen, niet van politici". Naar aanleiding van onder meer zijn opmerkingen ontstond verontwaardiging en zegde schrijfster Arundhati Roy haar bezoek aan het festival af.