Sophie Straat heeft zich zondagmiddag bij haar optreden op Lowlands gericht tot alle mensen die negatieve reacties gaven na haar 'witte mannen doe een stap naar achter'-opmerkingen tijdens diverse concerten. De zangeres kreeg het verwijt dat zij zich hiermee schuldig zou maken aan discriminatie. Het Openbaar Ministerie en het landelijke antidiscriminatiebureau in zowel Nederland als België bepaalden dat haar opmerkingen niet onder discriminatie vallen.
"Wat een zomer", stelde de zangeres. Daarna richtte zij zich tot alle mannen die haar aanspraken op haar eerdere uitspraken. "Ik luister niet eens naar haar muziek, maar ik mag niet vooraan staan bij Sophie Straat!" riep ze. "Er zijn genoeg plekken waar jullie vooraan kunnen staan. Bij het politieke debat bijvoorbeeld, als het gaat over vrouwenhaat, transhaat, misogynie, racisme of discriminatie. Er zijn genoeg kansen voor jullie om vooraan te gaan staan."
Het publiek verwelkomde haar oproep met luid applaus en gejuich. Daarna zong zij het lied Mannenbaby. Ook later in het concert kwam Straat terug op de kwestie. Zij riep andere artiesten ook op zich uit te spreken. Ook deed zij weer de oproep aan "alle witte mannen om naar achteren te gaan. Die niet te maken hebben met een hand op je boob. Deze moshpit is voor iedereen die daar geen zin meer in heeft."
De uitlatingen van Sophie Straat leidden tijdens haar concerten overigens nooit tot commotie of onvrede. De kritiek volgde vooral nadat beelden van haar tijdens het festival Best Kept Secret op sociale media waren gedeeld en in talkshows werden besproken. Door al die aandacht, dagen na het concert zelf, kreeg Straat te maken met "een stortvloed van seksistische, antisemitische haatberichten en doodsbedreigingen".