UTRECHT (ANP) - Een op de vier mensen met een beperking zegt het gevoel te hebben niet mee te tellen in de samenleving. Dat komt naar voren in een onderzoek van het College voor de Rechten van de Mens onder ruim 1800 mensen met een beperking. Het College geeft ook aan dat de bestaanszekerheid van mensen met een handicap in het geding is; ruim een derde heeft financiële zorgen.
Deze week is het tien jaar geleden dat Nederland het VN-mensenrechtenverdrag voor mensen met een handicap tekende. In dat verdrag staat dat de overheid verplicht is te zorgen dat mensen met een beperking gelijkwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Dat betreft onder meer toegankelijkheid tot onderwijs, werk, zorg, openbaar vervoer, deelname aan het sociale en culturele leven en digitale toegankelijkheid.
De mogelijkheid tot gelijke deelname is volgens het College voor de Rechten van de Mens nog vaak ondermaats. Zo ervaart 27 procent van de Nederlanders met een beperking ongelijke kansen op de arbeidsmarkt, onderneemt de helft minder sociale activiteiten dan ze zouden willen en kan een kwart een opleiding niet goed volgen omdat onderwijsinstellingen niet genoeg aanpassingen treffen.
Volgens het College zijn er de afgelopen jaren stappen gezet, maar blijft de overheid achter op haar beloften. "Na tien jaar VN-verdrag handicap zien we dat de ambities van het verdrag nog onvoldoende zichtbaar zijn in het dagelijkse leven van mensen met een beperking", zegt Rick Lawson, voorzitter van het College voor de Rechten. "Dat blijkt ook uit kritiek van de VN, die zich zorgen maakt over onder andere het hoge armoederisico onder mensen met een beperking."
Omdat mensen met een beperking op meerdere maatschappelijke vlakken niet dezelfde kansen krijgen, verkeren zij vaker in financiële onzekerheid. Daarnaast hebben ze veel zorgen over het korten van uitkeringen en toeslagen en stijgende zorgkosten. "Voor veel mensen met een beperking gaan geldzorgen verder dan alleen een tekort aan inkomen", aldus Lawson.