Directeur basketbalbond wil sport beschermen tegen matchfixing

Foto: ANP

De Nederlandse Basketball Bond neemt het nieuws over mogelijke matchfixing in de eredivisie “uiterst serieus” en wil de sport beschermen tegen de gevaren. Dat wil de bond onder meer doen door jonge basketballers voorlichting te geven over het onderwerp. Twee jaar geleden, in het voorjaar van 2019, zouden oud-spelers van Aris uit Leeuwarden mee hebben gewerkt aan het manipuleren van uitslagen. Dat meldde de NOS donderdagochtend.

“We nemen dit serieus. Dit willen we niet in het basketbal. Samen staan we voor eerlijke sport”, aldus Simone Volmer-Van den Biggelaar, algemeen directeur van de Nederlandse Basketball Bond.

De bond blijft zich samen met de Dutch Basketball League inspannen om matchfixing in de sport tegen te gaan. “Los van de uitkomsten van het onderzoek is het belangrijk dat we voorkomen dat matchfixing een bedreiging wordt voor onze sport. Basketbal is een sport die gevoelig is voor matchfixing, omdat er – zeker in deze tijd – veel wordt gestreamd en je overal in de wereld naar onze wedstrijden kunt kijken en er op kunt gokken, helemaal met de aanstaande liberalisering van de gokmarkt”, aldus Volmer-Van den Biggelaar.

“Het is zaak om de informatie over de gevaren daarvan structureel een plek te geven. Voor onze jonge talenten van de Orange Lions Academy bijvoorbeeld moet voorlichting over onderwerpen als matchfixing, grensoverschrijdend gedrag en doping standaard deel uit gaan maken van hun opleiding.”

Vanaf het moment dat we de bond is ge├»nformeerd door NOC*NSF is direct actie ondernomen. “Ook al is dit pas de eerste keer dat we er mee worden geconfronteerd, we nemen elk signaal over mogelijke matchfixing uiterst serieus”, aldus de algemeen directeur.

“We vinden een eerlijke basketbalcompetitie erg belangrijk, alsmede het beschermen van sporters en we willen ervoor zorgen dat het vertrouwen in een integere basketbalsport wordt behouden. Daarom hebben we ook onze volledige medewerking verleend aan het onafhankelijke onderzoek van het ISR.”