Van Gennip: komende weken heel belangrijk voor koopkrachtplannen

Foto: ANP

De komende weken worden “heel belangrijk” voor de koopkrachtplannen van de Tweede Kamer, denkt demissionair minister Karien van Gennip (Sociale Zaken). Die weken kunnen namelijk bepalend zijn of bijvoorbeeld de voorgestelde verhoging van het minimumloon per 1 januari of 1 juli volgend jaar ingaat. Volgens Van Gennip wordt het spannend, zegt ze in het programma Buitenhof.

De Kamer heeft afgelopen week voor ongeveer 4 miljard euro aan aanpassingen van de begroting voorgesteld. Daarvan moet onder meer het minimumloon met bijna 2 procent omhoog en de prijsverlaging op brandstof overeind blijven. De komende weken gaan de ministeries rekenen of de plannen van de Kamer financieel goed onderbouwd zijn en of er geen dubbele voorstellen tussen zitten. Vervolgens moeten de partijen hun plannen concreet omzetten in aanpassingen op de begroting.

Daar komt bij dat vanuit verschillende hoeken kritiek kwam op de plannen van de Kamer, niet in de minste plaats vanuit het kabinet zelf. Demissionair minister Micky Adriaansens (Economische Zaken) vond het een “vreselijk, vreselijk slecht plan” van GroenLinks-PvdA om het minimumloon te verhogen. Zij vreest dat het bedrijven te ver op kosten jaagt. Ook op de beurs was onvrede te merken over de plannen: de koersen van bijvoorbeeld banken daalden flink. Mogelijk kunnen deze reacties partijen bewegen hun plannen aan te passen.

Fractievoorzitter Jesse Klaver (GroenLinks-PvdA), ook aanwezig in Buitenhof, schat in dat het “best lukt” om per 1 januari met gedegen aanpassingen van de begroting te komen. Sowieso lukt het per 1 juli, zegt hij. “We hebben het ook heel precies geformuleerd: in 2024. We hebben niet geëist dat het vanaf 1 januari ingaat, maar dat willen we wel graag.”