DEN HAAG (ANP) - Voormalig minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus was niet meteen overtuigd van de argumenten van het Outbreak Management Team voor een avondklok. Tijdens een verhoor door de parlementaire enquêtecommissie corona zei Grapperhaus dat het OMT vanaf eind september 2020 al een avondklok adviseerde, maar dat hij daar niet in mee wilde gaan.
De ernst van de situatie was in januari 2021 dusdanig veranderd dat Grapperhaus wel openstond voor een avondklok. "We stonden epidemiologisch tegen de muur." Grapperhaus wilde wel dat er eerst aan drie voorwaarden zou worden voldaan. "Er moest een medische noodzaak zijn, het moest doelmatig zijn en het moest handhaafbaar zijn."
Met name op het punt van doelmatigheid was Grapperhaus niet overtuigd. "Het OMT bleef hameren op buitenlandse onderzoeken waaruit bleek dat het zou werken."
Politie
Zodra Grapperhaus overtuigd was, wilde hij wel eerst met het hele kabinet, het veiligheidsberaad en de Tweede Kamer in gesprek erover. Ook daar waren twijfels. De oud-minister zei dat hij met het hele kabinet en veel burgemeesters in gesprek is gegaan. Vooral in het kabinet leefden zorgen over de proportionaliteit. Daar kon Grapperhaus zich wel in vinden, maar uiteindelijk gaf de epidemiologische noodzaak de doorslag, zei hij.
In de Tweede Kamer werd Grapperhaus door Geert Wilders gevraagd of de avondklok niet zou doorgaan als er een motie tegen de invoering werd aangenomen. "Dat bevestigde ik, maar dat was dan ook mijn politieke einde geweest. Dan was ik opgestapt."
Ook de politie werd van tevoren gevraagd. Daar werd niet positief op de avondklok gereageerd, behalve als er een medische noodzaak was. En die was er volgens Grapperhaus vanwege de bezettingsgraad van de intensive cares.