Huren vrije sector blijven volgens makelaars hard oplopen

Foto: ANP

Wie een woning wil huren in de vrije huursector is steeds duurder uit. Volgens de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) en vastgoedbelangenbehartiger VGM NL zijn de huurprijzen in het derde kwartaal opnieuw fors opgelopen. Dat zien de organisaties als een teken dat vraag en aanbod op de markt nog lang niet in evenwicht zijn.

Gemiddeld liggen de huren die worden gevraagd nu 6,5 procent hoger dan een jaar terug. De verhuurprijzen van woonhuizen zijn met 9,4 procent gestegen en die van appartementen met 5,6 procent. De makelaars constateren ook dat er afgelopen kwartaal ruim 8 procent minder transacties plaatshadden op de vrije huurmarkt.

Lana Gerssen, waarnemend algemeen voorzitter bij de NVM, dringt bij het kabinet aan op concrete oplossingen om de woningmarkt vooruit te helpen. “Tot nu toe blijft dat veelal steken in plannen om de huidige schaarste te verdelen. Dat brengt de consument die achter het net vist niet veel verder”, zegt ze.

“De minister zou er daarom ook goed aan doen om zijn oor te luisteren te leggen bij beleggers en projectontwikkelaars en te zorgen voor een stabiel investeringsklimaat”, aldus Gerssen. Dat laatste zou eraan bij moeten dragen dat het woningaanbod, dat al tijden erg beperkt is, eindelijk weer echt gaat groeien.

Gerssen neemt bij de NVM de taken waar van Onno Hoes, die eerder dit jaar al had aangegeven niet op te gaan voor een nieuwe termijn als hoofd van de makelaarsorganisatie. De NVM heeft nog geen definitieve opvolger gevonden voor de VVD-prominent.

VGM NL-voorzitter Sander Groot wijst erop dat de situatie op de vrije huurmarkt wel wat genuanceerder is wanneer wordt vergeleken met het voorgaande kwartaal. “Vooral in de zeer sterk stedelijke gebieden, zoals Amsterdam en Rotterdam, waar de druk in de gehele woningmarkt groot was, zien we nu een stabilisering van de huurprijzen. Steden en regio‚Äôs zoals Utrecht en Almere, Flevoland en Limburg laten zelfs een lichte daling zien”, geeft hij aan. Of dit een eenmalige of een meer structurele ontwikkeling is, durft Groot evenwel nog niet te zeggen.