ROTTERDAM (ANP) - De Rotterdamse maker van meetsystemen voor chips Nearfield Instruments heeft 380 miljoen dollar (331 miljoen euro) aan investeringen opgehaald. Daarmee is het bedrijf 1,6 miljard dollar waard. Met het geld wil Nearfield onder meer zijn producten doorontwikkelen, de productie opschalen en afdelingen in het buitenland uitbreiden, zegt topman Hamed Sadeghian.
Nearfield maakt machines die zeer precieze metingen en inspecties uitvoeren bij de productie van chips. Door de explosieve groei van AI-toepassingen zijn steeds meer chips nodig die ook energiezuiniger moeten worden. Hierdoor worden ze almaar complexer, met fijnmazigere patronen en stapelingen van chips.
"Het gaat om miljoenen verbindingen en het oppervlak moet tot op de nanometer accuraat zijn. Onze klanten zijn chipmakers, en het proces om te controleren of alles goed gaat wordt voor hen steeds belangrijker", zegt Sadeghian.
Nanometers
Apparatuur van Nearfield gebruikt een 'naald' waarvan het uiteinde een dikte heeft van een paar nanometers, oftewel enkele miljoensten van een millimeter. Die meet de interactie tussen atomen om de structuur van de chip nauwkeurig zichtbaar te maken in drie dimensies. Een voordeel is dat de chips bij de metingen niet kapotgaan.
De vraag naar Nearfield-apparatuur is volgens Sadeghian groot en in anderhalf jaar verviervoudigde het aantal leveringen. "Wereldwijd zijn machines geïnstalleerd in alle geavanceerde AI-chipfabrieken", zegt hij, zonder namen van klanten te noemen.
'Deeptech'
Het in 2016 opgerichte bedrijf is voortgekomen uit onderzoek van de TNO, die via TNO Ventures aandeelhouder is en ook aan de nieuwe financieringsronde meedoet, net zoals andere bestaande aandeelhouders. Het Amerikaanse Fidelity Management & Research is als grootste nieuwe investeerder aangetrokken. Ook het staatsinvesteringsfonds QIA van Qatar steekt voor het eerst geld in Nearfield.
Volgens Nearfield is de financieringsronde de grootste investering in Nederlandse 'deeptech', oftewel technologische toepassingen van baanbrekend wetenschappelijk onderzoek. Nederland en Europa willen meer inzetten op innovatie op eigen bodem, om met sleutelposities binnen de techindustrie de eigen autonomie te bewaken.
Geopolitieke strijd rondom technologische kennis, zoals met exportbeperkingen, brengt volgens Sadeghian ook moeilijkheden met zich mee. "De onzekerheid is daarbij onze grootste zorg, want plannen voor de toekomst wordt dan een uitdaging. De situatie verandert razendsnel en zaken worden transactioneler."