Andrew Mountbatten-Windsor verhuurde drie cottages op Windsor, terwijl hij voor zijn eigen woning op het landgoed alleen een symbolische huur betaalde. Dat blijkt uit het rapport van de Britse Algemene Rekenkamer (National Audit Office), dat voor het eerst in twintig jaar de residenties van de Britse koninklijke familie in kaart bracht.
Het rapport suggereert niet dat Andrew zich schuldig heeft gemaakt aan wangedrag. Volgens het huurcontract mocht Andrew drie van de acht cottages op landgoed Windsor verhuren en dat deed hij dan ook. Hoeveel Andrew met de onderverhuur verdiende, is niet bekend. Volgens de BBC verhuurde hij de huisjes aan medewerkers en gepensioneerde medewerkers van Windsor en zouden de inkomsten de kosten amper hebben gedekt.
Uit het rapport blijkt verder onder meer dat koning Charles uit eigen vermogen de huur voor de appartementen van de prinsessen Beatrice en Eugenie in Kensington Palace en St James's Palace betaalt. Het rapport toont niet hoeveel huur er wordt betaald voor het paleis van de prinsessen, maar volgens de BBC zou het bedrag 60 procent van de marktprijs bedragen.
'Transparantie'
De Britse koninklijke familie en haar personeel bezitten volgens het rapport twaalf panden, die eigendom zijn van de Kroon of het Koninklijk Huis. Een woordvoerder van Buckingham Palace laat aan de BBC weten dat het rapport "in lijn is met de toewijding van het Koninklijk Huis aan transparantie".
Het rapport is opgesteld in aanloop naar een onderzoek naar de koninklijke eigendommen door parlementsleden van de commissie voor openbare financiën.