In 2025 verhuisden bijna 1,8 miljoen Nederlanders, ruim drie procent meer dan het jaar ervoor. Dat is het hoogste aantal sinds 2021. Op papier komt de woningmarkt dus weer in beweging. Wie de cijfers uitsplitst ziet echter dat de extra verhuizingen vooral bij één groep terechtkomen: huishoudens die al een koopwoning bezitten.
Doorstromers bewegen, starters blijven staan
De toename kwam volgens een analyse van het CBS vooral op het conto van stellen en gezinnen die al een woning in eigendom hadden. Zij konden hun bestaande hypotheek en overwaarde meenemen en daarmee de stap naar een volgende woning zetten.
Alleenstaanden bleven daarentegen vrijwel stilstaan. Zij zijn relatief vaak aangewezen op de huurmarkt en juist in huurwoningen werd in 2025 minder verhuisd. Ook thuiswonende jongeren kwamen nauwelijks in beweging. Dat is het duidelijkste signaal dat de krapte zich concentreert bij wie nog geen positie op de woningmarkt heeft. Het gevolg is een generatie die langer thuis blijft wonen dan de generaties ervoor, met effecten op gezinsvorming en de regionale arbeidsmarkt.
De hogere verhuiscijfers betekenen dus niet dat de markt is losgekomen. Ze betekenen vooral dat de mensen die al binnen zijn, onderling doorschuiven.
Senioren zetten de keten in beweging
De sleutel tot echte doorstroming ligt aan de bovenkant van de markt en daar gebeurt meer dan vaak wordt gedacht. Uit onderzoek van het Kadaster blijkt dat senioren van 55 jaar en ouder tussen 2018 en 2024 goed waren voor 28 procent van alle aankopen van nieuwbouwwoningen. Bij nieuwbouwappartementen liep dat aandeel zelfs op tot 56 procent.
Die verhuizingen laten veel woonruimte achter. Jaarlijks kwamen er ruim 7.000 koopwoningen vrij, samen ongeveer een miljoen vierkante meter woonoppervlak. De achtergelaten woning meet gemiddeld 164 vierkante meter, terwijl de nieuwe woning gemiddeld 136 vierkante meter groot is.
Het Kadaster plaatst daar wel een kanttekening bij. Slechts negentien procent van die vrijgekomen woningen komt terecht bij starters. De rest wordt gekocht door andere doorstromers, simpelweg omdat de woningen in een hogere prijsklasse vallen en vaak een matig energielabel hebben. De keten komt dus op gang, maar hij bereikt de onderkant van de markt nauwelijks.
Ondertussen loopt de urgentie op. Het aantal mensen van 65 jaar en ouder groeit volgens het CBS van 3,8 miljoen nu naar ongeveer 4,8 miljoen rond 2040. Zonder een fors groter aanbod aan geschikte seniorenwoningen blijft die keten haperen.
Verhuizen is ingewikkelder geworden
Wie in 2026 verhuist, doet dat onder andere omstandigheden dan tien jaar geleden. De gemiddelde verhuisafstand is toegenomen tot achttien kilometer. In 2024 verhuisde de helft van de mensen binnen vier kilometer van de oude woonplaats en driekwart binnen zeventien kilometer. Tien jaar eerder was dat respectievelijk drie en dertien kilometer. Wie vanuit de Randstad vertrok, ging gemiddeld vijftien tot twintig kilometer verderop wonen.
Daar komt bij dat opleveringen van nieuwbouw regelmatig opschuiven en sleuteloverdrachten niet altijd op elkaar aansluiten. Steeds meer huishoudens overbruggen daardoor een periode met
tijdelijke opslag van hun inboedel. Makelaarsvereniging NVM constateerde over het eerste kwartaal van 2026 weliswaar meer aanbod en een rustiger marktbeeld, maar wijst tegelijk op vergunningstrajecten, bezwaarprocedures en netcongestie die de nieuwbouw blijven vertragen.
Kortom: een verhuizing is minder voorspelbaar geworden, terwijl er vaak juist minder tijd is om hem te organiseren.
De internationale kant van de markt
Een deel van de druk komt van buiten. Kennismigranten en expats vestigen zich sterk geconcentreerd in en rond de grote steden en de Brainportregio, precies daar waar het middensegment het krapst is. Zij concurreren daarmee op dezelfde vierkante meters als jonge Nederlandse huishoudens.
Voor die groep speelt bovendien een praktisch probleem. Een verhuizing naar of vanuit Nederland vraagt om kennis van douaneformaliteiten, verzekeringen en transportregels die per land verschillen. Het is een niche binnen de verhuismarkt die de afgelopen jaren merkbaar is gegroeid en die zich slecht laat oplossen met een gehuurde bus en een vrije zaterdag.
Van zelf regelen naar volledige ontzorging
Die complexiteit verklaart waarom een groeiend deel van de verhuizers kiest voor professionele begeleiding. Bij een verhuizing over grotere afstand, met een tussenperiode van opslag en een oplevering die kan schuiven, weegt zekerheid zwaarder dan improvisatie.
Bij de bedrijven zelf is die verschuiving goed meetbaar. Bij Holland Movers nam het aantal aanvragen voor tijdelijke opslag de afgelopen drie jaar met 78 procent toe. Dat is een veelvoud van de groei van het aantal verhuizingen in dezelfde periode en dus geen kwestie van meer verhuizingen alleen. Het is vooral het gevolg van sleuteldata die steeds vaker niet op elkaar aansluiten.
Een
verhuisbedrijf zoals Holland Movers speelt daarop in met full service verhuizingen, waarbij de complete inboedel vakkundig wordt ingepakt, meubels worden gedemonteerd en in de nieuwe woning weer worden gemonteerd en alles direct op de juiste plek komt te staan. Voor huishoudens die tussen twee sleuteldata in zitten is er opslag in verschillende varianten qua duur en omvang.
Wat brengt de rest van 2026?
De verwachting is een verdere maar bescheiden toename van het aantal verhuizingen. Rabobank rekent voor heel 2026 op ongeveer 227.000 woningtransacties. Zolang de nieuwbouwproductie achterblijft bij de vraag en zeker zolang het aanbod voor senioren tekortschiet, blijft de doorstroming beperkt tot wat de markt zelf vrijmaakt.
Voor huishoudens die wel kunnen verhuizen betekent dat vooral één ding: wie een geschikte woning vindt, moet snel kunnen schakelen. Een realistische planning, ruimte voor uitloop en een professionele partner voor het transport maken in die situatie het verschil tussen een soepele overgang en een stressvolle maand.