DEN HAAG (ANP) - Aan het begin van de coronaperiode werd de urgentie van het virus uiteenlopend ingeschat door verschillende regio's in het land. Dat zei microbioloog en destijds OMT-lid Jan Kluytmans maandag tegen de parlementaire enquêtecommissie corona.
Tijdens de coronacrisis werkte Kluytmans als microbioloog in het Amphia-ziekenhuis in Breda. De eerste patiënt werd in februari 2020 bevestigd in Brabant en die patiënt bleek carnaval te hebben gevierd. Het zuiden had volgens de microbioloog "ontzettende pech", vanwege de timing van de voorjaarsvakantie en het volksfeest.
"Als je infecties wilt verspreiden, is carnaval wel de meest ideale manier om dat te doen", zei Kluytmans. Dat verklaart waarom het virus juist in het zuiden zo snel om zich heen kon grijpen. Hij denkt niet dat het mogelijk was geweest deze grootschalige verspreiding voor te zijn. Daarvoor had carnaval afgelast moeten worden, wat volgens hem "volstrekt niet geaccepteerd" zou zijn.
'Oog van de storm'
Hoe ver het virus zich "onder de radar" al had verspreid in Noord-Brabant, kwam aan het licht toen het Amphia-ziekenhuis begin maart besloot alle medewerkers en patiënten met milde luchtwegklachten te testen. Met name veel ziekenhuismedewerkers bleken toen al besmet.
Het ziekenhuis deed dit uit eigen initiatief, vertelde Kluytmans. Het was op dat moment gebruikelijk om alleen mensen te testen die terugkeerden uit China of Noord-Italië, waar het virus al volop rondging, of die in contact waren geweest met een besmet persoon.
Kluytmans was destijds het enige OMT-lid in Brabant. "Ik zat in het oog van de storm", legde hij uit. Maar volgens hem was er bij zijn collega's elders in het land nog niks aan de hand. "Achteraf gezien klopt dat ook", aldus Kluytmans. Hij legde uit dat het "lastig" was om de situaties bij elkaar te leggen, omdat ze aan het begin nog zo verschilden. "Dat heeft denk ik wel tijd gekost", aldus de microbioloog tijdens zijn verhoor.