Een eettafel gaat decennia mee, een bank wordt met zorg uitgezocht en over een bed wordt eindeloos nagedacht. De stoelen eromheen worden er vaak snel bij gekozen, in een set van vier of zes, op basis van een foto. Terwijl juist die stoelen het meubelstuk zijn dat dagelijks het meest te verduren krijgt: ontbijt, huiswerk, werkoverleg, avondeten, visite. Verkopers en woonredacties zien het patroon al jaren terugkomen. De klachten die na een paar maanden binnenkomen gaan zelden over de kleur en bijna altijd over drie dingen: de zithoogte klopt niet bij de tafel, de stoelen staan te dicht op elkaar, of de bekleding bleek niet bestand tegen dagelijks gebruik. Alle drie zijn ze vooraf te voorkomen.
De hoogte is een rekensom, geen gevoel
De meeste eettafels in Nederlandse huizen staan op 75 centimeter. Een stoel die daarbij past heeft een zithoogte van 45 tot 47 centimeter. Dat lijkt een detail, maar het verschil tussen 44 en 48 centimeter is voelbaar na twintig minuten: bij een te lage zit komen de knieën omhoog en drukt de tafelrand op de onderarmen, bij een te hoge zit hangen de voeten of drukt de zitting in de bovenbenen.
De vuistregel die meubelmakers hanteren: tussen zitting en tafelblad hoort 27 tot 30 centimeter ruimte te zitten. Wie een bestaande tafel heeft, meet die dus eerst op en zoekt daarna pas een stoel. Andersom werken leidt vaker tot een set die net niet lekker zit.
Bij tafels met een dik blad of een brede schortlijst onder het blad is er nog een tweede maat van belang: de hoogte van de armleuningen. Armleuningen die niet onder het blad passen dwingen de stoel naar achteren, waardoor er aan tafel voortdurend voorover gezeten wordt.
Zes stoelen aan een tafel van twee meter is krap
De tweede veelgemaakte inschatting gaat over de breedte. Per zitplaats is ongeveer zestig centimeter nodig om comfortabel te eten zonder ellebogen te raken. Aan een tafel van twee meter passen dan drie personen per lange zijde, mits de stoelen zelf niet breder zijn dan vijfenveertig tot vijftig centimeter.
Stoelen met armleuningen vragen meer: die zijn al snel zestig centimeter breed. Aan dezelfde tafel passen er dan nog maar twee per zijde comfortabel. Een veelgekozen tussenoplossing is een set zonder armleuningen langs de lange zijden, met twee stoelen mét armleuning aan de koppen. Dat levert ruimte op en geeft de tafel tegelijk een duidelijk hoofdeinde.
Ook de ruimte achter de stoel telt mee. Om er comfortabel langs te kunnen lopen is zo'n zeventig tot tachtig centimeter tussen de achterkant van de stoel en de muur of kast nodig. In kleinere eetkamers wordt dat vaak pas ontdekt als alles al staat.
Bekleding: het verschil zit in de slijtvastheid
De bekleding bepaalt hoe een stoel er na drie jaar uitziet. Bij stoffen stoelen is de zogeheten Martindale-waarde de maat die daarover iets zegt: het aantal schuurbewegingen dat een stof doorstaat in een laboratoriumtest. Voor huishoudelijk gebruik wordt vanaf 20.000 als geschikt beschouwd, boven de 30.000 is het comfortabel zitten in een gezin met kinderen.
Daarnaast speelt de structuur van de stof een rol. Een gladde, dicht geweven stof neemt minder kruimels en haren op dan een grove bouclé of een pluizige teddystof. Wie honden of katten in huis heeft merkt dat verschil binnen een week. Kunstleer is eenvoudig schoon te maken, maar kan bij langdurig gebruik gaan barsten op de plekken waar het het meest buigt.
Het onderstel wordt vaak over het hoofd gezien. Zwart gepoedercoat metaal is slijtvast en past bij veel interieurs; een houten onderstel geeft warmte maar vraagt om viltglijders, zeker op een houten of tegelvloer. Draaibare stoelen op een kruisvoet zijn er intussen ook in eetkamerformaat en winnen aan populariteit bij open keukens, waar vaak van de tafel naar het kookeiland gedraaid wordt.
De kleur die het meeste wordt gekozen
In het Nederlandse woonbeeld is de uitgesproken donkere eethoek al een paar jaar op zijn retour. Zwart en antraciet maken plaats voor zachtere tinten: zand, crème, taupe en beige. Dat heeft een praktische kant. Lichte stoelen maken een kleine eetkamer optisch ruimer, en ze vallen minder op tegen een lichte muur, waardoor de tafel het beeld bepaalt in plaats van zes losse silhouetten.
De aarzeling zit bijna altijd in het schoonhouden. In de praktijk valt dat mee zolang de stof vlekwerend is behandeld en de kleur niet naar het wit toe loopt: een warme, licht grijzige beige verbergt dagelijks gebruik beduidend beter dan een koel gebroken wit. Webshops spelen daarop in. Van Soest Living, een webshop die zich volledig op eetkamerstoelen richt, deelt het aanbod in op kleur en heeft voor
beige eetkamerstoelen een eigen collectie met elf modellen, zodat de tinten naast elkaar te vergelijken zijn.
Online kopen zonder proefzitten
Een groeiend deel van de
eetkamerstoelen wordt online gekocht, zonder dat er vooraf op gezeten is. Dat hoeft geen gok te zijn, mits vooraf een paar dingen worden nagelopen.
Vraag stofstalen aan. Een staal naast de vloer en de gordijnen leggen zegt meer dan tien productfoto's; kleuren op een beeldscherm wijken af, zeker bij warme tinten. Van Soest Living, dat zonder showroom werkt, verstuurt stalen voor 2,50 euro per stuk. Elk staal hoort daar bij één specifiek model, zodat thuis precies de stof van de gekozen stoel te beoordelen is.
Controleer daarnaast de maatvoering in de specificaties, niet op de foto. Zithoogte, totale breedte en diepte staan bij de meeste aanbieders vermeld; ontbreken ze, dan is dat op zichzelf al een signaal.
Eerst meten, dan kiezen
De stoelen zijn zelden het duurste onderdeel van een eethoek, maar wel het onderdeel dat het dagelijkse gebruik bepaalt. Wie voor de bestelling de tafelhoogte meet, de beschikbare breedte natelt en een staal van de bekleding in huis heeft gehad, komt zelden bedrogen uit.
De rest is smaak. En die blijkt, anders dan comfort, gelukkig wel te veranderen zonder dat er een nieuwe set nodig is.