EINDHOVEN – Defensie en de gemeente Eindhoven hebben hun
spijt betuigd voor de nasleep van de Herculesramp. Zij spraken deze uit bij de herdenking
op de vliegbasis Eindhoven. Woensdag was het precies dertig jaar geleden dat
het vliegongeval plaatsvond. Hierbij kwamen 34 van 41 inzittenden om het leven,
voornamelijk leden van het Fanfarekorps Koninklijke Lachtmacht en vierkoppige
bemanning van het C-130 Hercules-transportvliegtuig van de Belgische luchtmacht.
In zijn speech constateerde Eindhovens burgemeester Jeroen
Dijsselbloem ‘dat de samenwerking tussen de autoriteiten in de periode na de ramp
onvoldoende is geweest om eenduidig antwoord te bieden op de vele vragen’. “Daarmee
is extra verdriet en onnodig veel leed veroorzaakt.” Dat geldt tevens voor het spreekverbod dat hulpverleners
is opgelegd onmiddellijk na de ramp. “Ook dat heeft het leed, het trauma
verergerd. En dat spijt mij zeer.”
Volgens de burgemeester bestaat het spreekverbod niet meer;
formeel is het echter pas onlangs opgeheven. “Sommige mensen hebben tot op de
dag van vandaag het gevoel dat ze er niet over mogen praten, dat gevoel moet
eraf.”
Snijdt door je ziel
Jeroen Dijsselbloem was in juni gast in de podcastserie ‘De
vergeten ramp’ die is opgenomen ter gelegenheid van de dertigjarige herdenking.
Ter voorbereiding las hij het boek ‘Vergeten ramp’ van Nieuws-nl-journalist
Hans Matheeuwsen. ,,Dan komt het in volle omvang pas binnen. Het snijdt door je
ziel.”
Hij las het boek, waarvan een geactualiseerde heruitgave is
verschenen, vooral ook met in zijn achterhoofd zijn functionele
eindverantwoordelijkheid voor de rampenbestrijding in Zuidoost-Brabant. Voorafgaand aan
zijn benoeming in Eindhoven was hij bovendien drie jaar voorzitter van de
Onderzoeksraad voor Veiligheid, die ook onderzoek deed naar de Herculesramp.
,,Een aaneenschakeling van gebeurtenissen als gevolg van systeem-falen”, weet
Dijsselbloem.
,,Miscommunicatie, misverstanden. Met een dramatische
afloop. Het grijpt je naar de keel. Een zeer ernstige ramp met een enorme
impact. Het zal je maar overkomen. De eeuwige vragen zijn natuurlijk: had het voorkomen kunnen worden?
Hadden er minder slachtoffers kunnen vallen? Waarom? We kunnen ervan uitgaan
dat in een grote stad als Eindhoven ernstige dingen kunnen gebeuren. Elke ramp
is anders, uniek in zijn soort. Ik ben ervan overtuigd dat er veel lessen zijn
geleerd. We hebben wel stappen gemaakt met elkaar. Het is onthutsend om te
lezen hoe het allemaal verliep.”
Niet vergeten
Bij de indrukwekkende herdenking op de vliegbasis Eindhoven
waren voor het eerst in dertig jaar ook de betrokken hulpverleners aanwezig.
Zij waren niet welkom op de officiële herdenkingsdienst die twee dagen na de
Herculesramp plaatsvond op de vliegbasis. Ook Nederlandse en Belgische militaire en civiele autoriteiten waren volop vertegenwoordigd woensdag, onder wie luitenant-generaal
André Steur, commandant van de Lucht- en Ruimtestrijdkrachten.
Volgens Steur heeft ‘Defensie destijds als organisatie niet
de duidelijkheid, niet de steun en niet de erkenning gegeven die velen van u
zo nodig hadden’. “Het raakt mij dat na zoveel verlies de reactie van onze
organisatie onderdeel is geworden van wat u na deze ramp heeft moeten meemaken.
Dat spijt mij.
Naast het verdriet en het gemis volgde na de ramp ook een
lange zoektocht naar antwoorden, erkenning en houvast. Ook die geschiedenis
blijft onderdeel van deze herdenking en heeft blijvend invloed gehad op de
manier waarop Defensie invulling geeft aan zorg voor mensen, communicatie en
vliegveiligheid. De mensen die door de Herculesramp zijn getroffen, zijn niet
vergeten. Hun namen blijven genoemd. Hun verhalen worden doorgegeven”, aldus
luitenant-generaal Steur.
Helende en verzoenende werking
Naast Defensie en de gemeente Eindhoven voerden nabestaanden
het woord. Zoals Thea van de Velden, weduwe van FKKL-dirigent Tom Beekman, en hun
zoon Joost, die vier jaar was toen zijn vader omkwam. Bij Van de Velden is ‘altijd wel iets blijven knagen’, zei ze. “Het gevoel dat niet alles werkelijk is
uitgesproken, ofwel wat er is misgegaan. En ik denk dat velen dit met zich meedragen.
Dat open einde, dat nestelt zich naast verdriet. Stil, maar blijvend aanwezig
in je ziel.”
Zij bedankte de hulpverleners voor hun inzet op die
catastrofale zomeravond in 1996. ”Jullie kwamen om levens te redden, jullie
deden wat gedaan moest worden, onder omstandigheden die niemand zich kan voorstellen.
De beelden en de ervaringen van die avond draag je met je mee, elke dag.
Vandaag wil ik stilstaan bi jullie verhaal, dat hier óók hoort.”
De verhalen die woensdag en in de aanloop naar de herdenking
zijn verteld, onder andere in de podcast ‘De vergeten ramp’ hebben een helende en verzoenende werking gehad, denkt voorzitter Peter
Kempen van de Stichting Herculesramp 1996, waarin overlevenden en nabestaanden
zich hebben verenigd. Binnen het bestuur is de gedachte ontstaan om de hulpverleners als
groep lotgenoten toe te voegen aan de stichting. Zij waren immers net zo goed
slachtoffer, maar dan van de omstandigheden als gevolg van een reeks communicatie- en beoordelingsfouten.