EINDHOVEN - Morgen is het dertig jaar geleden dat de Herculesramp
plaatsvond. Op 15 juli 1995 stortte een C-130 transportvliegtuig van Belgische
luchtmacht neer op de vliegbasis Eindhoven. Bij dit grootste na-oorlogse
ongeluk in Eindhoven kwamen 34 van de 41 inzittenden om, inclusief de
vierkoppige bemanning. Op de vliegbasis wordt de ramp morgenmiddag herdacht in
bijzijn van overlevenden, nabestaanden en betrokken hulpverleners. ’s Avonds is
een speciaal herdenkingsconcert in het Parktheater in Eindhoven.
Op maandagvond 15 juli 1996 keerde het Fanfarekorps
Koninklijke Landmacht terug naar huis na een succesvolle muzikale reis naar
Modena in Italië. Maar als de viermotorige Hercules landt, vliegen vogels op
van de baan. De co-piloot, die vloog, trekt het toestel weer op en stuurt
scherp naar links. De linkervleugel raakt de grond en het vliegtuig stort neer.
Er breekt onmiddellijk brand uit. Alle 41 inzittenden zijn dan nog in leven.
Het lukt hen echter niet om de deuren en de laadklep te openen. De
vliegbasisbrandweer rukt uit en begint met blussen, onwetend van het grote
aantal mensen in de Hercules. Dat was niet doorgegeven.
De brandweer van de vliegbasis veronderstelt dat de crew al
vrij snel na de crash is omgekomen als gevolg van de brand, die zeer hevig was.
Overleving werd niet mogelijk geacht, er waren ook geen tekenen van leven. Vanwege
de miscommunicatie rukte de Eindhovense brandweer na enige aarzeling uit.
Politie en ambulances zijn dan al ter plekke. Ook zij weten niet dat er meer
dan vier personen in het vliegtuig aanwezig zijn.
En zo ontstaat het beeld van hulpverleners die wachten op
hun inzet terwijl de basisbrandweer oplaaiende branden blust. Het is stil op de
rampplek. Het is een mooie zomeravond. Vogels kwetteren. Totdat dik een half
uur na de crash de passagiers in het laadruim worden ontdekt, en alsnog met de
man en macht de redding plaatsvindt. De schok is groot. Op een veertigtal
inzittenden had niemand gerekend. Met als gevolg een gebrek aan personeel en
materieel op de plek waar het vrachtvliegtuig is neergestort.
Wonder boven wonder worden nog elf mensen levend uit het
vliegtuig gehaald, dat na de crash nagenoeg uitbrandde. Hiervan bezwijken er
vier later alsnog in het ziekenhuis aan hun verwondingen.
Systeemfouten
Er ging veel mis bij de communicatie en de alarmering met
als gevolg een (te) late redding van de inzittenden. In de nasleep van de ramp
laait hierover de discussie op. Hoeveel mensen zouden zijn gered als de
basisbrandweer eerder het vliegtuig binnen was gegaan? Waarom is dat niet
gebeurd? Waarom deed de Eindhovense brandweer dat niet meteen? Waarom is het
juiste aantal passagiers niet doorgegeven? Maar ook: waarom startte de
co-piloot door terwijl het toestel de landingsbaan al raakte?
Het zijn vragen waarop geen eenduidige of helemaal geen
antwoorden kwamen. Uiteindelijk zouden tot en met 2010 een veertigtal (!)
rapporten en onderzoeken verschijnen over de Herculesramp. De meeste onder
auspiciën van betrokken militaire en civiele overheden. De voornaamste
conclusie was dat de redding te laat begon. Het onafhankelijke Crisis Onderzoek
Team sprak van systeemfouten en organisatie-gebreken als oorzaak van het
vliegongeval.
Onderzoekers en deskundigen trokken verschillende
conclusies. hulpverleners spraken elkaar tot in de rechtszaal tegen. Drie luchtmacht-militairen
kregen de zwarte piet toegespeeld. Drie van hen werden wegens falen uit hun
functie ontheven en voor de rechter gesleept. Uiteindelijk werden zij wegens
gebrek aan bewijs vrijgesproken en door de luchtmacht gerehabiliteerd.
De Tweede Kamer vond het niet noodzakelijk een parlementaire
enquête in te stellen. Hoewel de journalistieke druk enorm was na de ramp,
zwichtten bewindspersonen niet. Het ene schokkende feit na het andere werd
onthuld, maar ‘Den Haag’ gaf geen kik. Niemand stapte op. COT-onderzoeker Uri
Rosenthal, de latere minister van Buitenlandse Zaken, meende dat weldegelijk
verantwoordelijken konden worden aangewezen: de top van de luchtmacht, minister
Dijkstal van Binnenlandse Zaken, het regionale gezag in Eindhoven. In de Tweede en de Eerste Kamer wilde echter niemand
zich hier aan branden.
Spreekverbod
Nabestaanden en overlevenden voelen tot op de dag van
vandaag een gebrek aan erkenning voor hun verlies, leed, pijn en verdriet. Zij
spreken van een vergeten ramp omdat de Herculesramp zelden tot nooit in het
rijtje wordt genoemd van rampen die het land troffen in de afgelopen decennia.
Oorzaak is de beperkte maatschappelijke impact. De Hercules stortte neer op
afgesloten militair terrein. De tv toonde geen dramatische beelden ’s avonds
van het wrak of de redding, in tegenstelling bijvoorbeeld tot de Bijlmerramp,
de Vuurwerkramp of de brand in café ‘t Hemeltje in Volendam. De volledige
omvang van de Herculesramp werd pas later duidelijk.
Mede door een opgelegde ‘ínformatiestop’ door Eindhovens burgemeester
Rein Welschen kregen de civiele hulpverleners nooit de maatschappelijke
erkenning voor hun inzet. Hen werd een spreekverbod opgelegd, op straffe van
ontslag, waardoor zij niet konden reageren op berichten in de pers. Met de zwijgplicht
wilde de burgemeester voorkomen dat de hulpverleners onderzoekers voor de
voeten zouden lopen. Hierdoor, én door onvoldoende nazorg, werd een collectief
trauma gecreëerd dat nog jarenlang tot overreactie leidde wanneer alarmbellen
afgingen op Eindhoven Airport.
En zo verdween de Herculesramp uit beeld om in de
vergetelheid te raken. Voor alle betrokkenen resteren de herinneringen, de
ervaringen én het verdriet, de pijn, het verlies, het trauma. Vragen blijven
onbeantwoord, maar er is ook veel geleerd van de ramp. Nu, dertig jaar later,
verdienen hulpverleners alsnog de waardering voor hun inzet. Zij waren net zo
goed slachtoffer, zij het van de omstandigheden die waren gecreëerd door
‘desorganisatie’ (aldus Rosenthal) in de periode voorafgaand aan de ramp.