Herculesramp schokte Brabant

14 jul , 10:46Nieuws
QD0074005
Redding inzittenden Hercules op 15 juli 1996
EINDHOVEN - Morgen is het dertig jaar geleden dat de Herculesramp plaatsvond. Op 15 juli 1995 stortte een C-130 transportvliegtuig van Belgische luchtmacht neer op de vliegbasis Eindhoven. Bij dit grootste na-oorlogse ongeluk in Eindhoven kwamen 34 van de 41 inzittenden om, inclusief de vierkoppige bemanning. Op de vliegbasis wordt de ramp morgenmiddag herdacht in bijzijn van overlevenden, nabestaanden en betrokken hulpverleners. ’s Avonds is een speciaal herdenkingsconcert in het Parktheater in Eindhoven.
Op maandagvond 15 juli 1996 keerde het Fanfarekorps Koninklijke Landmacht terug naar huis na een succesvolle muzikale reis naar Modena in Italië. Maar als de viermotorige Hercules landt, vliegen vogels op van de baan. De co-piloot, die vloog, trekt het toestel weer op en stuurt scherp naar links. De linkervleugel raakt de grond en het vliegtuig stort neer. Er breekt onmiddellijk brand uit. Alle 41 inzittenden zijn dan nog in leven. Het lukt hen echter niet om de deuren en de laadklep te openen. De vliegbasisbrandweer rukt uit en begint met blussen, onwetend van het grote aantal mensen in de Hercules. Dat was niet doorgegeven.
De brandweer van de vliegbasis veronderstelt dat de crew al vrij snel na de crash is omgekomen als gevolg van de brand, die zeer hevig was. Overleving werd niet mogelijk geacht, er waren ook geen tekenen van leven. Vanwege de miscommunicatie rukte de Eindhovense brandweer na enige aarzeling uit. Politie en ambulances zijn dan al ter plekke. Ook zij weten niet dat er meer dan vier personen in het vliegtuig aanwezig zijn.
En zo ontstaat het beeld van hulpverleners die wachten op hun inzet terwijl de basisbrandweer oplaaiende branden blust. Het is stil op de rampplek. Het is een mooie zomeravond. Vogels kwetteren. Totdat dik een half uur na de crash de passagiers in het laadruim worden ontdekt, en alsnog met de man en macht de redding plaatsvindt. De schok is groot. Op een veertigtal inzittenden had niemand gerekend. Met als gevolg een gebrek aan personeel en materieel op de plek waar het vrachtvliegtuig is neergestort.
Wonder boven wonder worden nog elf mensen levend uit het vliegtuig gehaald, dat na de crash nagenoeg uitbrandde. Hiervan bezwijken er vier later alsnog in het ziekenhuis aan hun verwondingen.
Systeemfouten
Er ging veel mis bij de communicatie en de alarmering met als gevolg een (te) late redding van de inzittenden. In de nasleep van de ramp laait hierover de discussie op. Hoeveel mensen zouden zijn gered als de basisbrandweer eerder het vliegtuig binnen was gegaan? Waarom is dat niet gebeurd? Waarom deed de Eindhovense brandweer dat niet meteen? Waarom is het juiste aantal passagiers niet doorgegeven? Maar ook: waarom startte de co-piloot door terwijl het toestel de landingsbaan al raakte?
Het zijn vragen waarop geen eenduidige of helemaal geen antwoorden kwamen. Uiteindelijk zouden tot en met 2010 een veertigtal (!) rapporten en onderzoeken verschijnen over de Herculesramp. De meeste onder auspiciën van betrokken militaire en civiele overheden. De voornaamste conclusie was dat de redding te laat begon. Het onafhankelijke Crisis Onderzoek Team sprak van systeemfouten en organisatie-gebreken als oorzaak van het vliegongeval.
Onderzoekers en deskundigen trokken verschillende conclusies. hulpverleners spraken elkaar tot in de rechtszaal tegen. Drie luchtmacht-militairen kregen de zwarte piet toegespeeld. Drie van hen werden wegens falen uit hun functie ontheven en voor de rechter gesleept. Uiteindelijk werden zij wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken en door de luchtmacht gerehabiliteerd.
De Tweede Kamer vond het niet noodzakelijk een parlementaire enquête in te stellen. Hoewel de journalistieke druk enorm was na de ramp, zwichtten bewindspersonen niet. Het ene schokkende feit na het andere werd onthuld, maar ‘Den Haag’ gaf geen kik. Niemand stapte op. COT-onderzoeker Uri Rosenthal, de latere minister van Buitenlandse Zaken, meende dat weldegelijk verantwoordelijken konden worden aangewezen: de top van de luchtmacht, minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken, het regionale gezag in Eindhoven.  In de Tweede en de Eerste Kamer wilde echter niemand zich hier aan branden.
Spreekverbod
Nabestaanden en overlevenden voelen tot op de dag van vandaag een gebrek aan erkenning voor hun verlies, leed, pijn en verdriet. Zij spreken van een vergeten ramp omdat de Herculesramp zelden tot nooit in het rijtje wordt genoemd van rampen die het land troffen in de afgelopen decennia. Oorzaak is de beperkte maatschappelijke impact. De Hercules stortte neer op afgesloten militair terrein. De tv toonde geen dramatische beelden ’s avonds van het wrak of de redding, in tegenstelling bijvoorbeeld tot de Bijlmerramp, de Vuurwerkramp of de brand in café ‘t Hemeltje in Volendam. De volledige omvang van de Herculesramp werd pas later duidelijk.
Mede door een opgelegde ‘ínformatiestop’ door Eindhovens burgemeester Rein Welschen kregen de civiele hulpverleners nooit de maatschappelijke erkenning voor hun inzet. Hen werd een spreekverbod opgelegd, op straffe van ontslag, waardoor zij niet konden reageren op berichten in de pers. Met de zwijgplicht wilde de burgemeester voorkomen dat de hulpverleners onderzoekers voor de voeten zouden lopen. Hierdoor, én door onvoldoende nazorg, werd een collectief trauma gecreëerd dat nog jarenlang tot overreactie leidde wanneer alarmbellen afgingen op Eindhoven Airport.
En zo verdween de Herculesramp uit beeld om in de vergetelheid te raken. Voor alle betrokkenen resteren de herinneringen, de ervaringen én het verdriet, de pijn, het verlies, het trauma. Vragen blijven onbeantwoord, maar er is ook veel geleerd van de ramp. Nu, dertig jaar later, verdienen hulpverleners alsnog de waardering voor hun inzet. Zij waren net zo goed slachtoffer, zij het van de omstandigheden die waren gecreëerd door ‘desorganisatie’ (aldus Rosenthal) in de periode voorafgaand aan de ramp. 
loading

Loading