Grootbanken zoals Rabobank, ING en ABN AMRO hebben hun spaartarieven recent stapsgewijs verhoogd. Hoewel een renteverhoging op het eerste gezicht goed nieuws lijkt, blijft de vraag of het voldoende is om het verlies aan koopkracht door inflatie op te vangen. Hoe verhouden de traditionele Nederlandse banken zich tot de internationale markt, en waar halen spaarders anno nu echt het meeste uit hun geld?
Een stap in de goede richting, maar nog steeds een achterstand
De afgelopen weken kondigden de bekende Nederlandse banken nieuws aan waar veel consumenten op hoopten: de spaarrente ging omhoog. ING, Rabobank en ABN AMRO op vrij opneembare spaarrekeningen inmiddels weer rentes rond de 1,25% tot 1,60%, na een lange periode waarin de spaarrentes stabiel laag bleven.
Toch waarschuwen financieel experts voor teveel optimisme. Hoewel de stijging prettig is, blijft het rendement op een doorsnee spaarrekening bij een grootbank achter bij de ECB-rente en de geldende inflatie. Dat betekent dat geld dat op een traditionele spaarrekening blijft staan, in feite nog steeds elk jaar aan koopkracht inboet.
Waarom blijven de Nederlandse grootbanken achter?
De reden dat de
rentes van Nederlandse grootbanken relatief laag blijven vergeleken met het Europese gemiddelde, heeft te maken met de structuur van onze bankenmarkt. Nederlandse banken beschikken over enorm veel overtollig spaargeld van consumenten. Omdat zij geen dringend tekort hebben aan liquiditeit, voelen zij minder noodzaak om te concurreren op spaartarieven.
In veel andere Europese landen ligt dat anders. Buitenlandse banken moeten vaak harder strijden om de gunst van de spaarder en bieden daardoor aanzienlijk hogere vergoedingen op zowel vrij opneembaar spaargeld als spaardeposito's.
Overstappen is niet eens nodig
Voorheen bleven veel Nederlanders uit gemak bij hun vertrouwde huisbank. Het overstappen naar een andere bank voelt als veel gedoe. Tegenwoordig is die drempel veel lager. Overstappen is zelfs helemaal niet nodig: je opent volledig online een spaarrekening en behoudt gewoon je betaalrekening bij je huisbank. Dankzij Europese wetgeving vallen spaartegoeden bij banken binnen de Europese Unie tot € 100.000 per persoon, per bank onder het wettelijke depositogarantiestelsel van het betreffende EU-land.
Steeds meer consumenten kijken daardoor verder dan de bekende 'drie grote' en gaan actief op zoek naar de
hoogste spaarrente. Zeker via transparante platforms zoals Raisin, waar je met één account toegang krijgt tot spaarrekeningen en deposito’s van meer dan 60 Europese partnerbanken, is vergelijken en overstappen eenvoudiger dan ooit geworden. Hier lopen de rentes op termijndeposito's al richting de 4%, wat een flink verschil maakt op jaarbasis.
Conclusie: vergelijken loont meer dan ooit
De recente renteverhogingen van Rabobank, ING en ABN AMRO zijn een goede ontwikkeling, maar het blijft raadzaam om niet blind te varen op de vertrouwde huisbank. Wie zijn spaargeld echt wil laten renderen en de impact van inflatie wil beperken, doet er goed aan om verder dan deze banken te kijken. Zo kunnen spaarders een hoger rendement op hun vermogen halen.